VERZAMELDE MEDIA BERICHTEN 

 

VPRO, Noorderlicht Nieuws, 20-02-2004

Jacqueline de Vree

 

Als een publieke service aangeboden door het Nederlands Comité voor de Rechten van de mens (NCRM)

 

NEP WERKT ECHT. MET PLACEBO MINDER PIJN 

Een nepmiddeltje, mét het bijbehorende praatje over de te verwachten werking, blijkt het brein te veranderen. Pijn valt daardoor minder zwaar.

     
 

Een placebo is een neppilletje, een fake injectie, of zelfs een schijnoperatie. Een middeltje dat niet werkt, maar toch helpt. Het placebo-effect intrigeert artsen en wetenschappers al meer dan vijftig jaar. In 1955 stelde Henry Beecher van Harvard University dat 30 tot 40 procent van de patiënten baat heeft bij een nepmiddeltje. Dat vond hij bij patiënten met uiteenlopende ziektes, zoals pijn, hoge bloeddruk en astma. Maar het kan nog gekker. Eind jaren vijftig voerde Edmunds Dimond nepoperaties uit bij mensen met angina pectoris, pijn op de borst door verminderde bloedtoevoer naar het hart. Hij gaf hen slechts een sneetje in de borst; toch knapten ze aanzienlijk op.

Sindsdien bestaat er een levendig debat over de vraag of het placebo-effect nu echt bestaat, en áls het bestaat, hoe het dan werkt. In 2001 nog leek de doodsklap uitgedeeld te zijn door de Deense onderzoekers Peter Gøtzsche en Asbjørn Hróbjartsson. In het tijdschrift New England Journal of Medicine legden zij 114 studies naast elkaar, waarin toediening van een placebo-medicijn werd vergeleken met ‘niets doen’. Het placebo-effect is een mythe, concludeerden ze op grond van hun vergelijkingen. Nepmiddeltjes hebben geen enkel effect.

 

 

Maar daarmee was het laatste woord nog niet gezegd. Vooral bij pijnklachten hebben nepmiddeltjes wel degelijk enig effect, meenden critici die de resultaten van de Denen grondig hadden bestudeerd. En onderzoeker Jon Stoessl toonde eind 2001 aan dat Parkinson-patiënten baat hebben bij placebo-medicijnen. Een neppilletje verhoogde de hoeveelheid dopamine, de neurotransmitter waarvan Parkinsonpatiënten te weinig hebben. Net zoals hun reguliere medicijnen dat doen.

Deze week presenteren onderzoekers nieuw bewijs voor het placebo-effect. In het tijdschrift Science beschrijven onderzoekers van de universiteit van Michigan en van Princeton twee studies naar het effect van een nepmiddeltje bij pijn. De proefpersonen kregen een elektrisch schokje of een heet voorwerp tegen hun onderarm. Bij een deel van de proefpersonen smeerden ze van tevoren een zalfje op de arm. Ze vertelden erbij dat het zalfje – volkomen onschuldig en neutraal - de pijn zou verminderen.

En inderdaad, het zalfje werkte. Niet alleen zeiden de ingesmeerde proefpersonen zelf de schokjes of de hitte minder pijnlijk was, het was ook in hun hersenen te zien.

 

De doorbloeding van de delen van de hersenen waar de subjectieve pijnbeleving tot stand komt – de thalamus, de insula, en de voorste cingulaire winding – was aanzienlijk verminderd. Daarnaast stroomde juist meer bloed door de prefrontale cortex. Volgens de onderzoekers kwam dat door de verwachting dat het zalfje daadwerkelijk pijnstillend werkt.

Er bestond al langere tijd discussie of een placebo nu de doorgifte van pijnsignalen verandert, of juist de waarneming van pijn. Het Amerikaanse onderzoek toont aan dat dat laatste het geval is. Het zalfje, met het bijbehorende geruststellende praatje over de pijnstillende werking, zorgt ervoor dat het brein de pijn anders ervaart.

Artsen zouden dat effect moeten uitbuiten, stelt Kenneth Casey, een van de auteurs van het artikel in Science, ook als ze een echt medicijn voorschrijven. “Het is belangrijk dat patiënten een steekhoudend verhaal horen over het effect dat ze kunnen verwachten. Zo versterk je het effect.”

Tor Wager et al: Placebo-induced changes in fMRI in the anticipation and experience of pain. In Science vol. 303 p. 1162-1167 (20 februari 2004).