VERZAMELDE MEDIA BERICHTEN 

 

VPRO. Noorderlicht Nieuws, 26-02-2008

Jacqueline de Vree,  

 

Als een publieke service aangeboden door het Nederlands Comité voor de Rechten van de mens (NCRM)

 

ANTIDEPRESSIVA HEBBEN ´WEINIG NUT'

Ongepubliceerde studies werpen nieuw licht op effect

     
 

Moderne antidepressiva zoals Prozac en Seroxat blijken niet beter te werken dan een neppil of placebo. Dat volgt uit een grote meta-analyse, waarin ook tot nog toe ongepubliceerde studies zijn meegenomen.

Eind jaren tachtig beloofde de introductie van Prozac, het eerste moderne antidepressivum, een revolutie in de behandeling van depressies. Het middel had, in vergelijking met de ‘oude’ antidepressiva, nauwelijks bijwerkingen. Bovendien richtte het zich selectief op één bepaald molecuul in de hersenen: het ‘stemmingsstofje’ serotonine. Prozac was de eerste van een hele generatie ssri’s of selectieve serotonine heropname-remmers, zoals de middelen heten. Nu, twintig jaar na de introductie, slikken wereldwijd veertig miljoen mensen Prozac. Een ronkend succes, moet de conclusie haast wel zijn.

Een groep onderzoekers onder leiding van Irving Kirsch velt deze week echter een hard oordeel over de ssri’s. Ze werken niet beter dan een placebo, concluderen ze na een grondige analyse van alle gepubliceerde en niet gepubliceerde studies naar de werking van de vier meest voorgeschreven ssri’s. Naast Prozac zijn dat Seroxat, Efexor en het in Nederland niet meer voorgeschreven middel nefazodone (Dutonin). De analyse van Kirsch en collega’s is gepubliceerd in het gratis toegankelijke online tijdschrift PLOS Medicine.

De onderzoekers bestudeerden alle klinische trials die voor de middelen in kwestie zijn aangemeld bij de FDA, de Amerikaanse autoriteit die beslist over het toelaten van geneesmiddelen op de Amerikaanse markt. Elk onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen moet bij die instantie worden aangemeld, ook al wordt het resultaat niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat laatste gebeurt vooral als het geneesmiddel in de test niet beter werkt dan een placebo, zo bleek ook uit een vorige maand verschenen studie in het tijdschrift New England Journal of Medicine.

 

In dat artikel houden Erick Turner en collega’s 74 FDA-studies tegen het licht waarin de werking van twaalf verschillende antidepressiva werd onderzocht. In de wetenschappelijke literatuur zijn vooral de gunstige uitkomsten terug te vinden: in 94 procent van de gepubliceerde studies komt een positief effect naar voren van het onderzochte medicijn. Maar ongeveer eenderde van de klinische trials is nooit gepubliceerd. Neem je die ‘bureaula-studies’ ook mee, zoals Turner deed, dan is nog maar in 51 procent – krap de helft - van de klinische trials een positief effect zichtbaar van de onderzochte antidepressiva.

Voor de meta-analyse die deze week in PLOS is verschenen, bestudeerden Irvin Kirsch en collega’s in totaal 47 klinische trials die bij de FDA waren aangemeld. Daarbij werd telkens het effect van het geneesmiddel in kwestie vergeleken met dat van een neppil. Dat effect werd gemeten met behulp van de Hamilton Rating Scale for Depression, een standaard vragenlijst om vast te stellen hoe depressief iemand is. Bij elf punten zijn er aanwijzingen voor een depressie, scoort iemand 24 punten of meer, dan is er sprake van een zeer ernstige depressie.

Zowel patiënten die een placebo kregen als patiënten die het echte middel kregen, gingen er gedurende de klinische trials een paar punten op vooruit. Placeboslikkers verbeterden gemiddeld 7,8 punten op de Hamiltonschaal, en mensen die de ‘echte’ pillen kregen iets meer: gemiddeld 9,6 punten. Het verschil, 1,8 punten, is weliswaar statistisch significant – dat betekent dat het niet aan het toeval is te wijten – maar het is niet ‘klinisch significant’. Daarvoor moet het verschil tussen placebo en geneesmiddel minstens drie punten schelen op de Hamiltonschaal, aldus de criteria van het Britse Natonal Institute of Clinical Excellence.

 

 

Alleen bij ernstig depressieve patiënten was er een duidelijk verschil tussen het echte medicijn en het neppilletje, maar dat werd vooral veroorzaakt door het feit dat mensen in deze patiëntengroep minder vooruitgang boekten als ze een placebo kregen. De onderzoekers concluderen dat het voorschrijven antidepressiva eigenlijk geen zin heeft, behalve bij zeer ernstig depressieve patiënten. En dan nog alleen als alle andere vormen van behandeling niet aanslaan.

In een verklaring liet Eli Lilly, de fabrikant van Prozac, weten dat Prozac “een van de best onderzochte geneesmiddelen ter wereld is. Wij zijn trots op het verschil dat Prozac heeft betekend in het leven van miljoenen mensen met een depressie.” Lilly heeft naar schatting tientallen miljarden dollars verdiend aan Prozac. Een woordvoerder van GlaxoSmithKline, de fabrikant van Seroxat, liet weten dat de bevindingen van Kirsch in tegenspraak zijn met ‘de actuele klinische praktijk’.

De onderzoekers hebben zich voor deze studie beperkt tot de klinische trials die gedaan zijn vóórdat de medicijnen toegelaten werden op de markt, de studies dus op grond waarvan de FDA besluit de middelen al of niet toe te laten. Studies die daarna zijn verschenen, hebben ze niet meegenomen in hun analyse, en daar wijzen de farmagiganten in hun reacties dan ook fijntjes op. Maar de hamvraag is natuurlijk hoe het komt dat de FDA geneesmiddelen op de markt heeft toegelaten die eigenlijk niet beter werken dan een placebo.

Jacqueline de Vree

Irvin Kirsch et al, 'Initial Severity and Antidepressant Benefits: A Meta-Analysis of Data Submitted to the Food and Drug Administration', in: PLOS, 26 januari 2008.

Erick Turner et al, ´Selective Publication of Antidepressant Trials and Its Influence on Apparent Efficacy´, in New England journal of Medicine, 17 januari 2008.